‘Basisinkomen is hét antwoord op technologische ontwikkelingen’

(verschenen op Mo* op 13 Maart 2015)

Steeds intelligentere computers nemen meer en meer intellectuele jobs voor hun rekening, stelt auteur Tom Kenis vast. Waar gaat dat eindigen? Kenis argumenteert dat een basisinkomen voor iedereen de oplossing vormt. 

De wereld staat op zijn kop. Een opeenvolging van uitvindingen vormt een bedreiging voor bestaande economische activiteiten en de daaruit voortvloeiende inkomens. De politieke wereld reageert te traag op de sociale uitdagingen van een nieuwe soort economie.

De bovenstaande beschrijving zal niet enkel hedendaagse commentatoren bekend in de oren klinken. Gelijkaardige woorden schetsten tweehonderd jaar geleden de eerste industriële revolutie –het verdwijnen van handwerkers ten voordele van Spinning Jenny’s, Slubbing Billy’s en ga zo maar door. De gevreesde massale werkeloosheid bleef echter uit. Wel duurde het bijna honderd jaar vooraleer de uitbuiting van de “nieuwe” arbeider via stakingen, vakbonden en arbeiderspartijen met betekenisvolle sociale wetgeving aangepakt werd.

Frigo’s en Soviets

De “tweede industriële revolutie” –die van elektriciteit en bandwerk – droeg honderd jaar later deels in zichzelf een sociale component. Die kwam er in de vorm van hogere lonen die de arbeiders toestonden om de door henzelf geproduceerde tinnen Liesjes en frigo’s te kopen. Dat was mogelijk vanwege de hogere productiviteit en immer goedkopere olie.

Belastingheffende overheden kregen daardoor ook, nog steeds onder druk van bonden en socialistische partijen, de nodige armslag om de welvaartstaat verder uit te bouwen. Sociale toegevingen binnen een marktkader werden tevens gezien als een manier om het communistische gevaar te bezweren.

Van Watt naar Watson

De “derde inustriële revolutie” –de automatisering die vanaf begin jaren zeventig de arbeiders aan die lopende band begon te verdringen –zette samen met de olieschok en de versnelde globalisering na de val van de Berlijnse muur langzaam maar zeker de sociale verworvenheden onder druk.

Vandaag rukt die wereldwijde concurrentie onverminderd op. Inmiddels dient de “vierde technologische revolutie” zich aan: steeds intelligentere computers nemen meer en meer intellectuele jobs voor hun rekening.

Watson, de supercomputer van IBM leest en “begrijpt” systematisch alle medische literatuur en staat op basis daarvan artsen bij in het stellen van diagnoses. Bloomberg laat het schrijven van beursrapporten meer en meer over aan machines. Auto’s leren zienderogen remmen, sturen en parkeren. Computers leren zichzelf programmeren. De Genkse Ford-arbeider, maar ook de hoogopgeleide kenniswerker is eraan voor de moeite. Niet Yash in Bangalore profiteert daarvan, maar pakweg Samantha, het intelligente besturingssysteem vertolkt door Scarlett Johansson in de film Her. De realiteit zit dat sciencefiction-verhaal nauw op de hielen.

Mensenjobs verdwijnen

Welke taken gaat de nieuwe “kenniskracht” uitvoeren als alle vacatures voor saaie jobs ingenomen zijn door Siri of Cortana? Welke mensenjobs verdwijnen? Welke nieuwe komen erbij? Zullen die nieuwe taken zoals verwacht de relatie tussen werkgever en werknemer verder doen eroderen? Zal die ““nieuwe” on-of-werker, losgeweekt van pendelroute en uurrooster, dat als een bevrijding ervaren: de mogelijkheid om eindelijk familie en werk te verzoenen? Of wordt hij of zij net meer slaaf van e-mail en telefoon, vierentwintig op vierentwintig, en van de verlammende angst voor wat (niet) komt en de tonnen papierwerk tussen afloop en aanvang van elke tijdelijke job?

Janboel aan koterijen

In een ideale wereld leidt meer technologie tot een hogere productiviteit per werknemer en – indien efficiënt belast en verdeeld –ook tot meer middelen voor sociaal beleid. De voorgaande innovatiegolven maakten dat sociaal beleid tegelijk noodzakelijk en mogelijk. Een regulerende overheid stuurt het overgangsproces aan of bij en mitigeert de negatieve gevolgen. Traditioneel gaat het over werkeloosheidsuitkeringen, omscholing, infrastructuuraanpassingen, enz.

Het sociale vangnet zelf echter, alsmede de financiering ervan, is sinds haar ontstaan – met aanpassinkjes aan uitzonderingen op aanpassingen – verworden tot een janboel aan koterijen waar enkel professionelen nog aan uit geraken. Het beheer ervan, door overheid, sociale secretariaten en advocaten, zadelt de economie op met een niets producerend, zichzelf in stand houdend waterhoofd. De sociaal zwakkeren profiteren nog nauwelijks. Gedreven ondernemers trekken gedegouteerd weg.

Hersendode kopers

Liberale partijen voelen via hun achterban wel aan dat er iets scheefloopt, maar komen in analyse en recepten niet veel verder dan tweaken: het goedkoper en/of bouwvalliger maken van de koterijen in de hoop dat ze vroeg of laat helemaal instorten.

Er wordt beknibbeld op onderwijs terwijl de nieuwe economie net daar forse investeringen vergt. Hogergeschoolden doen het doorgaans goed in de flexi-conomie. Men zet in op meer zondagshoppen en afterwork-shoppen in steeds meer shoppingcenters. Burgers dreigen door dat nihilistische meer-meer-beleid gereduceerd te worden tot hersendode, diep in de schulden stekende kopers van dingen.

De socialistische familie geraakt in de meeste gevallen ook niet verder dan het verdedigen van een steeds minder effectief vangnet, een pyrrusoverwinninkje hier en daar, en hoopt met gekruiste vingers op de volgende economische heropleving.

Vrij om te beslissen

Wat als je de overheid fenomenaal kon afslanken, een hyper-flexibele arbeidsmarkt kon creëren, én tegelijk die flexibele werkers een ongeziene bescherming kon bieden? De idee om elke burger zonder enige voorwaarde een basisinkomen te geven vanaf achttien jaar tot zijn of haar dood is niet nieuw en werd al op kleine schaal toegepast. Ze werd in verschillende vormen verdedigd door Martin Luther King Jr. en Milton Friedman.

In het kort: de overheid hoeft niemand in dienst te nemen om te controleren of werklozen daadwerkelijk dadeloos thuis zitten. Burgers zijn vrij om te beslissen of en hoeveel ze willen werken bovenop het toegekende levensloon. Gedaan met de werkeloosheidsval, stechelen over pensioenleeftijd, brugpensioen, en of en hoeveel er bijgeklust mag worden.

Weg met kutjobs

Het kostenplaatje verschilt naargelang het specifieke maandelijkse bedrag dat naar voren geschoven wordt. De Panorama-uitzending die onlangs in België het debat terug op gang bracht, berekende een 1500 euro per maand per volwassen inwoner, gefinancierd door een fors gereduceerd overheidsapparaat.

Moeilijker te becijferen, en meestal ook niet opgenomen in de kosten/baten-prognoses, is het innovatiedividend. Werknemers die in onzekere tijden op een hersendodende nine-to-five blijven plakken, zien plots de mogelijkheid om innovatieve ideeën toe te passen.

Kosten gerelateerd aan stress, burn-outs en ziekteverzuim nemen af. Werklozen die in de huidige context weinig te winnen hebben bij het aannemen van een job verschijnen wel op de arbeidsmarkt, terwijl anderen plots ruimte zien om voor zieke familieleden, vrienden of ouderen te zorgen. Ruimer gezien: wie doet wat hij of zij graag doet, doet dat doorgaans beter.

Vooral het onderwijs zal cruciaal zijn om de overgang te maken naar deze hyper-flexibele, hyper-sociale, hyper-innovatieve toekomst. De bedrijfswereld zal profiteren van gemotiveerdere werknemers, maar zal er ook harder om moeten knokken.

Deel van de koek

Economisten zullen andere indicatoren moeten hanteren dan vandaag om de gezondheid van een economie te “bewaarden”. Activiteitsgraad, werkloosheid, en “werkende” bevolking zijn in dit scenario aan herdefiniëring toe.

Van belang in de nieuwe, vrije economie is de algemene productiviteit per werker aan de ene kant, en wat er jaarlijks uitgekeerd wordt. Automatisering, elektronisch of machinaal, vormt dan niet langer een bedreiging voor het systeem.

Zolang de koek groeit, krijgt iedereen automatisch én zolang hij of zij leeft hetzelfde aandeel van die koek. Als de economie als aggregaat genoeg waarde creëert, op welke manier dan ook, profiteren alle ingezetenen daarvan. De productiviteitstijging van de gemotiveerde, denkende mens met basisinkomen verbetert de concurrentiepositie zonder aan sociale afbraak te doen.

Lokale economie

Net zoals de eerste en de tweede industriële revoluties combineert ook de huidige omslag een andere manier van werken met een nieuw energieparadigma. Europa concurreert niet alleen met China en anderen op loonkost, maar ook om toegang tot steeds duurdere fossiele brandstoffen – de huidige, tijdelijke dip niet te na gesproken. Het Europese economische bestel is gebaseerd op goedkope olie. Daarmee kan je elke dag ver van huis werken en winkelen.

Maar hoeveel mensen zouden elke dag urenlang in de file blijven staan indien ze, gedekt door een basisinkomen, dichter bij huis een job zouden uitoefenen die niet noodzakelijk gebaseerd is op het produceren of verplaatsen van objecten? Zowel het basisinkomen als hernieuwbare energie wijzen in de richting van een meer lokale economie. Stroom uit wind en zon wordt typisch dicht bij de bron verbruikt. Dat weegt minder zwaar negatief door op de handelsbalans dan olie en gas, en brengt minder (militaire) kosten met zich mee om het goedje hier te krijgen.

Badwater

De Amerikaanse Affordable Care Act – kortweg Obamacare – is in de eerste plaats een algemene ziekteverzekering zoals we die in Europa al lang kennen. Misschien even belangrijk is het doel, ingebakken in de logica van de wet, werknemers los te knippen van werkgevers die tot voor kort instonden voor steeds duurdere polissen. Angst voor de kosten van ziek worden is op die manier geen factor meer bij de jobkeuze. Het basisinkomen trekt die filosofie door naar de kost van het leven zelf. Een gegarandeerde levenskost die de basisbehoeften dekt ontkracht ook de waanidee dat beter leven gelijkstaat aan meer kopen. Economisten hoeven echter niet te vrezen voor het instorten van hun vakgebied. Het groeiconcept zelf hoeft niet met het badwater weg. De broeikasgas-intensiteit van de Belgische productie, de uitgestoten broeikasgassen per eenheid toegevoegde waarde, daalde tussen 1995 en 2008 al met 35%.

Groei volledig loskoppelen van het puur materiële ‘meer dingen maken’ is mede dankzij de huidige technologische revolutie niet alleen mogelijk maar noodzakelijk.

Een beleid rond basisinkomen gaat hand in hand met ecologische ont-materialisering en digitale flexibilisering. Economische ontwikkeling wordt dan meer ontplooiing tout court, iets ontastbaars dat in toenemende mate vooral in de hoofden van haar deelnemers plaatsvindt: zelfbeschikking, zelfverwezenlijking, tegelijk mondialer, vrijer en meer samen dan ook. Of zoals dat in het jargon heet: gelukkig zijn.

 

Advertisements

Leave a comment

Filed under economie, technologie

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s