Twintig minuten.

Twintig minuten.

Palestijnen gaan graag naar theater. Diegenen die het zich kunnen permiteren althans. Zoals overal gaan die theaterstukken dan over dingen die van ver of nabij relevant zijn; hoe mensen met mekaar omgaan, hoe mensen met bepaalde situaties omgaan, en hoe die situaties het onderlinge samenleven beïnvloeden. Onlangs ging ik ook kijken. Niet dat ik zo’n theaterfanaat ben, verre van. Ik moet daarvoor aangepord worden. Door vrienden die acteren, of vrienden die gaan kijken. Een beetje zoals veel mensen onlangs de wereldcup voetbal bekeken hebben, rakelings geinteresseerd, maar zeker niet fanatiek.

Centrale thema van dit stuk was “uitgaansverbod,” een concept dat veel Palestijnen niet vreemd is. Het publiek werd in vier groepen geroteerd langs vier verschillende podia waar telkenmale twintig minuten lang een deel van het verhaal opgevoerd werd; Een woonkamer, de keuken, slaapkamer en de straat, buiten. Ook tijdens een uitgaansverbod moet op een of andere manier de was buitengehangen, moet het braaksel van de zieke moeder weggegoten, onder constante dreiging, gespannen. Wanneer geweerschoten en kanonslagen door de discreet opgestelde maar krachtige speakers knallen, kruipen de nietsvermoedende theaterbezoekers zowat op en over mekaar van schrik ik me daar een hoedje. De vierde en vijfde knal is daarentegen allang zo erg niet meer. De zevende is nog nauwelijks een schokkende schouder waard.

Een mens went snel aan ongewone situaties. In het stuk wordt er voorzichtig rondgeslopen, gewaarschuwd, verleid, geweend, getroost, herinnerd. In de donkerblauwe avondlucht van de realiteit vliegen straaljagers af en aan. Die komen naar verluidt van een militaire basis in de zuidelijke Negev, op weg naar Beirut en omstreken. Dat typische ultra-sone gezoem verleent onverwacht een hoge graad van realiteit aan het geheel. Binnenskamers dan komen de verhoudingen tot leven. Wat doet een mens als hij dagenlang nergens heen kan? Er is verzet; wapens worden gepoetst, er is verveling, frustratie, en verdriet om mensen die er niet meer zijn; Een uitgaansverbod negeer je niet zonder een prijs te betalen. Een jonge man pleegt overspel met de knappe buurvrouw. Ook die was wordt buitengehangen.

Een Palestijn vertelde een tijd geleden opgetogen over de veelvuldigheid van zulk fenomeen. Hij had het zelfs over louche feestjes, partnerruil, you name it. ‘Eindelijk wordt Ramallah een echte stad.’ Geen greintje ironie te bespeuren. Halverwege de voorstelling –ik zit ondertussen in de slaapkamer waar de zieke moeder aan het klein donkerglazige flesje van haar zelfmoord drinkt- klinkt er buiten wederom geweervuur, automatisch geweervuur; schoten die geen theater zijn.

In Ramallah leer je die dingen gemakkelijk herkennen. Afgaande op de intensiteit en de richting waar het lawaai vandaan komt leid ik af dat het meer dan waarschijnlijk om een bruiloft gaat. Vreugdeschoten. Je leert die dingen herkennen. Theater is zoveel echter dan film, hoor je soms zeggen. Na afloop krijgen de acteurs bloemen en gelukwensen. Er wordt buiten nog wat gekletst, nagekaart. Wie gaat er waar iets drinken? Het is zaterdagavond en de nacht is nog niet begonnen. Pintje iemand? Straaljagers zoemen ergens hoog en onzichtbaar, over en weer, over en weer.

Advertisements

Leave a comment

Filed under culture, Israel, Palestine

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s